Beleidsplan

Beleid en werkwijze Stichting mr. Roelsefonds. Stichting D.M.W.V., Stichting De Stelle, Alexanderstiching en Stichting Aanleunwoningen Papendrecht. 

 

1. Algemeen

1.1. Inleiding

Dit beleidsplan is vastgelegd door het bestuur om een transparant, toetsbaar en adequaat beleid te hebben. De uitvoering van het beleid kan op deze manier getoetst worden. Jaarlijks zal door het bestuur het beleid worden geëvalueerd en indien nodig of gewenst bijgesteld.

1.2. Historie van het fonds

Sinds 1980 bestond de stichting De Stolpe in Hilversum en omstreken. Het was een stichting met een aantal verzorgingstehuizen in de regio Gooi- en Vechtstreek. Mede door overname van veelal noodlijdende tehuizen groeide de stichting ook buiten de regio in Nederland. Mr. Roelse, jurist en bestuurslid van de stichting bedacht het idee om de erfenis van overleden bewoners, waarvoor geen nabestaanden zich gemeld hadden, te beheren in een fonds. De erfenissen werden 10 jaar zo goed mogelijk beheerd. Na deze periode, als geen nabestaanden zich hadden gemeld om aanspraak op de erfenis te maken, viel het vermogen in een apart fonds. Daarnaast werden vanuit de stichting De Stolpe fondsen opgericht voor het beheer van vastgoed.

Stichting De Stolpe is in de 90-er jaren overgegaan in de stichting De Basis die vervolgens weer is gefuseerd met  HilverZorg rond het jaar 2000, onder behoud van de naam HilverZorg. Deze stichting beperkte de werkzaamheden tot de regio Gooi- en Vechtstreek.

Tijdens de fusie tussen De Basis en HilverZorg werd besloten om de zogenaamde steunstichtingen met vermogen apart te beheren en te proberen de opbrengsten van deze vermogens voor specifieke doeleinden te gebruiken.

De oorspronkelijke doeleinden waren de kwaliteit van de zorg verbeteren en vernieuwend te zijn op het gebied van zorgverlening. Het ging dan om activiteiten in de zorgsector die niet door de overheid financierbaar zijn.

1.3. Korte schets van de ontwikkelingen in de zorg

- De verantwoordelijkheid voor de Zorg wordt zoveel mogelijk bij de mensen zelf gelegd.
- Huisvesting en zorg worden (vooral financieel) gescheiden.
- Doel is dat iedere burger zolang mogelijk zelfstandig woont.
- Eventueel benodigde hulp zal indien mogelijk bij familie en/of vrienden worden gevraagd.
- De veranderingen per 1-1-2015 in de langdurige zorg staan beschreven in vier wetten die samen de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vervangen:

  • In de wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) staat dat gemeenten vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk zijn voor ondersteuning thuis.
  • In de Jeugdwet staat dat gemeenten vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk zijn voor alle jeugdhulp.
  • Verpleging en verzorging thuis zijn vanaf 1 januari 2015 onderdeel van de Zorgverzekeringswet (Zvw).
  • De Wet langdurige zorg (Wlz) vergoedt vanaf 1 januari 2015 de zorg voor mensen die de hele dag intensieve zorg of toezicht dichtbij nodig hebben.

Verwachtte toekomstige ontwikkelingen
Men gaat elkaar in de wijk zoveel mogelijk helpen.

We gaan meer mogelijk maken dat mensen zelf allerlei zaken betreffende de verzorging gaan oppakken. Daarbij zal er een toenemend belang zijn van technologie in de zorg. Dit is nodig om de kwaliteit van de zorg op een betaalbare manier in stand te houden. Technologie zal ook bijdragen om de personele kosten te beheersen. Daar waar mogelijk kan technologie én besparen én vernieuwen én kwalitatief de zorg verbeteren. Dat is de uitdaging waar de zorgsector voor staat.

Andere fondsen in de Gooi- en Vechtstreek
Er komen meer regionale fondsen. Er zijn verschillende fondsen die ook bijdragen in de zorgsector. Deze zijn bekend. Daar waar wenselijk zal het mr. Roelsefonds samenwerking zoeken met andere fondsen, waardoor een groter effect bereikt kan worden in de ontwikkeling in de zorgsector.

1.4. Missie

De missie van het  fonds is kwaliteit van leven verbeteren van mensen die langdurig en intensief gebruik maken van zorg. Dit doet zij door projecten te financieren. De focus ligt daarbij op de regio Gooi- en Vechtstreek. Projecten gericht op sociale en/of technologische innovatie in de langdurige zorg krijgen daarbij de voorkeur. 

1.5. Positie HilverZorg

Omdat het vermogen van het fonds oorspronkelijk voor een deel afkomstig was van de rechtsvoorgangers van HilverZorg heeft deze instelling een preferente positie.
Deze wordt als volgt ingevuld:
Elk kalenderjaar wordt HilverZorg uitgenodigd om voor 15 oktober projecten in te dienen. Voor deze aanvraag reserveert het mr. Roelsefonds minimaal 55 % en maximaal 75 % van het totale dotatievolume van dat jaar beschikbaar. Het bestuur besluit in haar vergadering van de maand mei over de aanvragen van HilverZorg.

1.6. Vermogensbeheer

Het vermogen van het fonds houdt het bestuur in principe intact. Het bestuur streeft ernaar het rendement minus de kosten aan te wenden voor ondersteuning van projecten. Het fonds staat open voor schenkingen welke het vermogen vergroten.

2. Doelstelling

Om de missie waar te maken zijn een aantal concrete uitgangspunten opgesteld.

Uitgangspunten
Aanvragen staan open voor alle organisaties, die werkzaam zijn in de regio Gooi- en Vechtstreek en die actief zijn in de zorg- en dienstverlening voor mensen met een langdurige en intensieve zorgbehoefte.

Projecten met de focus op sociale en/of technologische innovatie in de langdurende zorg krijgen prioriteit in de toewijzing van financiële ondersteuning. Dit omdat nieuwe toepassingen van bestaande technologie tot kwalitatieve verbeteringen kunnen leiden. Daarnaast zijn veelal dure investeringen nodig om nieuwe technologie te ontwikkelen.

Elk jaar is er een najaars-aanvraagronde die open staat voor alle instellingen in de zorgsector in de Gooi-en Vechtstreek. De uiterste aanvraagdatum is 1 oktober. De besluitvorming daarover vindt plaats in de bestuursvergadering in november.
Het fonds bepaalt ieder jaar in de begroting haar dotatievolume.

Projecten leveren in principe een aantoonbare meerwaarde voor mensen met een langdurende en intensieve zorgbehoefte.
Bij de aanvraag van projecten dient de impact van het project aangegeven te worden. Na een jaar verwacht het bestuur een evaluatierapport van alle substantiële projecten. (Projecten waaraan een bedrag boven de € 25.000,- is toegewezen).

3. Uitvoering

3.1. Beoordelingscriteria voor subsidieaanvragen

  • Aanvragen staan open voor zorgorganisaties voor zorg- en dienstverlening die werkzaam zijn in de regio ’t Gooi.
  • Het ingediende project heeft bij voorkeur een innovatief karakter. Dit kan innovaties betreffen op diverse terreinen in de zorg- en dienstverlening.
  • Het project levert een aantoonbare meerwaarde op en komt cliënten en/of personeel direct ten goede. Deze meerwaarde betreft altijd een verbetering van de kwaliteit van de directe zorg en dienstverlening en/of van de directe bedrijfsvoering van de zorg en dienstverlening.

Toelichting op de beoordelingscriteria
Het fonds wil nadrukkelijk aanvullend zijn op de reguliere activiteiten en bedrijfsvoering van de instelling(en) die een aanvraag indienen. Dat betekent dat het fonds uitsluitend initiatieven ondersteunt die niet uit een reguliere financieringsstroom kunnen of moeten worden gefinancierd. Het gaat dan bijvoorbeeld om extra voorzieningen die de kwaliteit van leven en het welbevinden van de cliënten kunnen bevorderen.

Innovatieve projecten hebben de voorkeur. In de zorg zijn diverse landelijke financieringsregelingen beschikbaar die als doel hebben innovaties in de zorg te stimuleren. Het fonds wil zich daarom met name richten op initiatieven die niet langs die weg te bekostigen zijn. Inhoudelijk kan het daarbij gaan om innovaties op verschillende terreinen. Het fonds denkt vanuit deze uitgangspunten met name aan innovaties op het gebied van:

  • versterking van het cliëntenperspectief in de zorg- en dienstverlening;
  • product- en procesinnovaties;
  • extra investering in medewerkers.

   

3.2. Overige criteria

  • Een aanvraag kan slechts betrekking hebben op één project.
  • Het project dient voldoende concreet te worden omschreven (doel, doelgroep, aard/inhoud project, innovatief karakter, meerwaarde voor kwaliteit van zorg of bedrijfsvoering). De aanvrager dient in de omschrijving van het project aan te geven wat het innovatieve karakter van het project is en of er referentieprojecten zijn. Tevens dient uit de aanvraag helder af te leiden te zijn wat de meerwaarde van het project is.
  • Bij het project dient een goed onderbouwde en gespecificeerde begroting te worden gevoegd, evenals een overzicht van de beoogde dekking van de kosten (dekkingsplan).
  • Van belang wordt geacht of en voor welk bedrag reeds elders subsidie voor het betreffende project werd verkregen of aangevraagd. (Onderzoek naar andere financieringsbronnen voor het project).
  • De aanvragende organisatie dient bij voorkeur een eigen (financiële) bijdrage aan het project te doen.
  • Indien sprake is van een langer lopend project wordt subsidie verleend voor een periode van één jaar. Eventueel kan deze subsidie daarna nog tweemaal worden herhaald.
  • De instelling moet na afloop van het project in staat zijn het initiatief zelf voort te zetten c.q. de exploitatie ervan te financieren.
  • Inhoud en opzet van het project moeten voldoende kwaliteit hebben. Daarbij wordt gekeken naar zaken als: voldoende concretisering, praktische haalbaarheid en kosten/baten.
  • Het project moet voldoende inbedding en draagvlak binnen de organisatie hebben.
  • Na afloop van het project dient de instelling inhoudelijk en financieel verantwoording af te leggen aan het fonds.
  • Er dient een onderbouwing plaats te vinden hoe het project bijdraagt aan kwaliteit van leven.
  • De aanvragende organisatie dient vooraf de risico’s en beheersmaatregelen in kaart te brengen.
  • Het mr. Roelsefonds wordt gedurende het project op de hoogte gehouden van de voortgang (evaluatie en rapportage). Bij het indienen van de aanvraag wordt aangegeven hoe de betrokkenheid van het mr. Roelsefonds wordt geregeld.
  • Na afloop worden de resultaten en ‘lessons learned’ gedeeld. Hiervoor wordt bij het indienen van de aanvraag een plan aangeleverd. 

     

Specifieke criteria voor meerjaren aanvragen:

  • De doelstelling van het project moet duidelijk zijn.
  • Een beschrijving van de meerwaarde voor de cliënt is een onderdeel van de aanvraag.
  • Een implementatieplan is een onderdeel van de aanvraag.
  • De aanvragende organisatie heeft vooraf een risico-inventarisatie gemaakt. Dit is een onderdeel van de aanvraag.
  • De aanvraag moet passen in de meerjaren afspraak.
  • De aanvragende organisatie maakt voor de aanvraag een draagvlak- draagkracht analyse. Dit is een onderdeel van de aanvraag.
  • Reguliere uren in het normale werkproces worden niet vergoed. De kosten voor de procesondersteuning, opleiding en dergelijke komen wel in aanmerking voor een vergoeding.

        

Uitgesloten van subsidie zijn projecten:

  • met een expliciet politiek of religieus karakter;
  • die al gestart of uitgevoerd zijn.

     

3.3. Aanvraagprocedure en werkwijze

  • Een aanvraag voor subsidiëring van een project dient digitaal bij het fonds te worden ingediend en dient (mede) te worden ondertekend door een rechtsgeldige vertegenwoordiger van de instelling (bijvoorbeeld directielid/Raad van Bestuur).
  • Per jaar zijn er twee aanvraagrondes; de sluitingsdata zijn respectievelijk 15 oktober (ronde alleen voor HilverZorg) en 1 oktober.
  • De aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld door een deskundige adviescommissie van minimaal drie deskundige personen. Deze commissie brengt schriftelijk advies uit aan het bestuur en licht dit zo nodig ter vergadering mondeling toe.
  • De directe contacten met de aanvrager worden in eerste instantie onderhouden vanuit de adviescommissie.
  • Het bestuur van het fonds besluit twee maal per jaar, en wel na 1 mei en 1 november, over toekenning van subsidies. Het bestuursbesluit wordt zo snel mogelijk schriftelijk ter kennis gebracht van de aanvrager.
  • De aanvrager dient schriftelijk te bevestigen dat het beoogde project daadwerkelijk doorgang vindt en dat de aanvrager akkoord gaat met de voorwaarden van het fonds.
  • Van de toegekende bedragen wordt bij aanvang van het project 80% van het toegekende bedrag uitbetaald. De resterende 20% wordt uitgekeerd na ontvangst en goedkeuring van de evaluatie en financiële verantwoording. Bij meerjarige financiering vindt dit gefaseerd plaats.
  • Bij meerjarige financiering wordt na het einde van elk subsidiejaar een schriftelijk verslag over de voortgang van het project en een schriftelijke verantwoording over de besteding van de subsidie verwacht. Aan de hand van dit verslag en deze financiële verantwoording bepaalt het bestuur van het fonds of de subsidie gecontinueerd kan worden.
  • Na afloop van het project dient de begunstigde instelling schriftelijk een samenvattende rapportage en evaluatie, alsmede een volledige financiële verantwoording over de ontvangen subsidie toe te zenden aan het mr. Roelsefonds.
  • De financiële verantwoording dient te bestaan uit een overzicht van de oorspronkelijke begroting en de werkelijk gemaakte kosten. Indien van toepassing dient een kopie van facturen over gemaakte kosten te worden meegestuurd.
  • Tegen besluiten van het bestuur is geen beroep mogelijk.

   

3.4. Jaarlijks thema

Het bestuur kan ieder jaar een thema benoemen waaraan extra aandacht wordt gegeven voor projecten in dat jaar. Het bestuur kan ook ieder jaar een prijs uitloven voor een bepaald thema. (De Roelse-award)

3.5. Evaluatie

Ieder jaar zal het bestuur haar beleid ten aanzien van projecten evalueren en waar nodig of gewenst haar beleid bijstellen.